[Normen / Isolatie / Informatie]  

 
 

1 Warmtedoorgangscoëfficiënten van wanden

2 Energiebehoeften van gebouwen

 


1 Warmtedoorgangscoëfficiënten van wanden

1.1 Belgische normalisatie

De berekening van de transmissieverliezen van wanden van gebouwen, gebeurt in België volgens de norm NBN B 62-002 (2008).

De vernieuwde norm werd eind 2008 gepubliceerd en bevat onder meer:

  • regels voor de berekening van transmissieverliezen doorheen gebouwelementen en hun componenten, waaronder de bepaling van de warmtegeleidbaarheid (l-waarde), de warmteweerstand (R-waarde), de warmtedoorgangscoëfficiënt (U-waarde) en het effect van koudebruggen;
  • de berekening van de warmteoverdracht door transmissie (HT-waarde) en door ventilatie (HV-waarde) tussen de binnen- en de buitenomgeving van een gebouw (nodig voor het evalueren van de thermische prestaties van gebouwen);
  • conventies en praktijkregels die toe te passen zijn voor de Belgische bouwpraktijk en geldig voor de normaal in België voorkomende klimaatvoorwaarden van temperatuur en vochtigheid.

De inhoud van deze Belgische norm is volledig in overeenstemming met de bepalingen van de nieuwe transmissienormen die in 2008 gepubliceerd werden door de Europese normalisatie (CEN).

1.2 Europese normalisatie

In 2004 heeft de EC een mandaat gegeven aan CEN om een groot aantal normen op te stellen ter ondersteuning van de nationale EPB-rekenprocedures in de lidstaten. Over dit normenpakket heeft CEN in april 2008 een overkoepelend technisch rapport gepubliceerd (NBN CEN/TR 15615), waarin o.a. de inhoud, de hiërarchie en onderlinge relatie tussen alle betrokken normen verduidelijkt wordt. In het pakket zijn eveneens 9 “transmissienormen” opgenomen (zie hierna) die specifiek gewijd zijn aan thermische prestaties van gebouwen en meer bepaald de warmteoverdracht door transmissie in gebouwcomponenten.

  • NBN EN ISO 6946 (2008) “Bouwelementen en bouwdelen - Warmteweerstand en warmtedoorgangscoëfficient - Berekeningsmethode (ISO 6946:2007)”
  • NBN EN ISO 13789 (2008) “Thermische eigenschappen van gebouwen - Coëfficiënten voor warmteoverdracht door transmissie en ventilatie - Berekeningsmethode (ISO 13789:2007)”
  • NBN EN ISO 10456 (2008 + AC:2009) “Bouwmaterialen en bouwwaren - Hygrothermische eigenschappen - Getabelleerde ontwerpwaarden en procedures voor de bepaling van de opgegeven en nuttige thermische waarden (ISO 10456:2007)”
  • NBN EN ISO 13370 (2008) “Thermische eigenschappen van gebouwen - Warmte-overdracht via de grond - Berekeningsmethoden (ISO 13370:2007)”
  • NBN EN ISO 10211 (2008) “Koudebruggen in gebouwen - Warmtestromen en oppervlaktetemperaturen - Gedetailleerde berekeningen (ISO 10211:2007)”
  • NBN EN ISO 14683 (2008) “Koudebruggen in gebouwen - Lineaire warmtedoorgangscoëfficiënt - Vereenvoudigde methoden en standaardrekenwaarden (ISO 14683:2007)”
  • NBN EN ISO 10077-1 (2006 + AC:2009) “Thermische eigenschappen van ramen, deuren en luiken - Berekening van de warmtedoorgangscoëfficiënt - Deel 1: Algemeen (ISO 10077-1:2006)”
  • NBN EN ISO 10077-2 (2003) “Thermische eigenschappen van ramen, deuren en luiken. Berekening van de warmtedoorgangscoëfficiënt. Deel 2 : Numerieke methode voor raamprofielen” (in herziening)
  • NBN EN 673 (1998 + A1:2001 + A2:2003) “Glas in gebouwen. Bepaling van de warmtedoorgangscoëfficiënt (U-waarde). Berekeningsmethode”.
Top 

2Energiebehoeften van gebouwen

2.1 Huidige toestand

Momenteel is er geen enkele Belgische norm ter beschikking voor het berekenen van de energiebehoeften en de koellasten van gebouwen, ten einde de koelvermogens te bepalen die nodig zijn om in zomeromstandigheden het gevraagde thermische comfort te garanderen.

Onderzoek heeft uitgewezen dat bij een goed gebouwontwerp (goede isolatie, beperkte vensteroppervlaktes, selectieve beglazing, effectieve zonwering) er in het Belgische zomerklimaat weinig sprake is van oververhitting en derhalve (energieverslindende) koeling niet echt nodig is. Enkel in het geval van kantoorgebouwen kan een koeling zinvol zijn, aangezien hiermee een hoger werkrendement van het personeel kan gepaard gaan.

De berekening van de koellasten gebeurt meestal op basis van buitenlandse rekenmethodes.

2.2 Invoering van Europese normen

De normen die op Europees vlak het gedrag van gebouwen in zomeromstandigheden bepalen, worden voorbereid door WG6 “Building behaviour in summer” van CEN/TC89.

Momenteel zijn de volgende Europese normen beschikbaar :

  • NBN EN ISO 13791 (2005) Thermische eigenschappen van gebouwen - Berekening van binnentemperaturen in de zomer van een ruimte zonder mechanische koeling - Algemene criteria en validatieprocedures (ISO 13791:2004)
  • NBN EN ISO 13792 (2005) Thermische eigenschappen van gebouwen - Berekening van de binnentemperatuur van een ruimte in zomeromstandigheden, zonder mechanische koeling - Vereenvoudigde methoden (ISO 13792:2005)
  • NBN EN ISO 15927-4 (2005) Hygro-thermische eigenschappen van gebouwen - Berekening en weergave van klimatologische gegevens - Deel 4: Uurlijkse gegevens voor de beoordeling van de jaarlijkse energiebehoefte voor koeling en verwarming (ISO 15927-4:2005)
  • NBN EN 15255 (2007) Energie-eigenschappen van gebouwen - Berekening van de voelbare koellast per ruimte - Algemene criteria en validatieprocedures
  • NBN EN 15265 (2007) Energie-eigenschappen van gebouwen - Berekening van de energiebehoefte voor verwarming en koeling - Algemene criteria en validatieprocedures
  • NBN EN ISO 13790 (2008) Energieprestatie van gebouwen - Berekening van het energiegebruik voor verwarming en koeling (ISO 13790:2008)

Top

Update: Februari 2011