De Belgische normen worden uitgegeven door het NBN (Bureau voor Normalisatie).
Algemeen gezien bestaan er twee soorten normen. Overeenkomstig het Koninklijk Besluit van 30 juli 1976, gewijzigd door het Koninklijk Besluit van 23 oktober 1986, maakt men het onderscheid tussen gehomologeerde (of bekrachtigde) normen enerzijds en geregistreerde normen anderzijds. Er bestaat ook een derde soort van normen, minder frequent dan de twee andere : basisnormen.
De gehomologeerde normen zijn het resultaat van een unanieme stemming in de schoot van de bevoegde (sub-)commissie van het NBN, die samengesteld is uit vertegenwoordigers van alle betrokken partijen : producenten, openbare besturen, gebruikers, universitaire, wetenschappelijke, technische en commerciële middens.
De bevoegde commissie stelt eerst een ontwerpnorm op, die vervolgens door het NBN in het Nederlands en in het Frans ter kritiek wordt gepubliceerd (periode van 3 of 6 maanden, aangekondigd in het Belgisch Staatsblad).
Na onderzoek van de ontvangen adviezen wordt de norm ter homologatie
voorgedragen door de Koning onder de handtekening van de federale minister
belast met Economische Zaken, en met advies gepubliceerd in het Belgisch
Staatsblad. In bepaalde gevallen (bijvoorbeeld om te voldoen aan de Europese
eisen), kan het NBN normen laten homologeren zonder eenparig positief
advies van de bevoegde commissie.
Het NBN kan eveneens productnormen registreren die opgesteld zijn door internationale normalisatieorganen (zoals het CEN en de ISO), of door buitenlandse instellingen. In principe vereist deze procedure eveneens de consensus in de schoot van de bevoegde NBN-commissie. Maar, net zoals voor de homologatie, kan het NBN eveneens zonder dit akkoord tot registratie overgaan.
De registratie van normen (of de schrapping van de registratie) wordt
in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. Geregistreerde
normen worden door het NBN met een tweetalig schutblad gepubliceerd
en bevatten de originele technische inhoud van het document in het Engels,
in het Frans en/of het Duits, afhankelijk van de beschikbaarheid.
In principe hebben de normen in België geen bindend karakter. Nochtans worden zowel de bekrachtigde als de geregistreerde normen juridisch beschouwd als regels van de kunst of van goed vakmanschap voor de toepassing van de tienjarige aansprakelijkheid van ontwerpers (architecten en ingenieurs). Door ze te volgen, ontstaat een vermoeden van technische kwaliteit; door ervan af te wijken, ontstaat de behoefte aan technische rechtvaardiging op grond van ervaring of andere overeenkomsten tussen de partijen.
De normen zijn echter wel verplicht indien het
bestek of gelijkwaardig document ernaar verwijst, zoals in openbare aanbestedingen
of bepaalde privé-contracten. In dat geval volstaat het de referentie
van de normen en desgevallend de publicatiedatum te vermelden.
In bepaalde gevallen echter worden de normen wettelijk verplicht gemaakt in toepasing van een reglement (zoals bijvoorbeeld een Koninklijk Besluit (KB)). Deze verplichting, die zeer algemeen is in Europa, werd onlangs ook in België ingevoerd, op basis van twee wetten :
Deze laatste mogelijkheid werd op 1 januari 2003 nog niet gebruikt,
maar wordt wel onderzocht in de betrokken middens. Zelfs zonder referentie
in het bestek, zou ze opleggen dat de bouwwereld de regels van de basisnorm
moet naleven. Wanneer men bijvoorbeeld de Eurocode 2 (beton) beschouwt,
zouden bepaalde voorschriften verplicht worden (de principes, de voornaamste
toepassingsregels, de minimale eigenschappen van de materialen,...), terwijl
andere, zonder verplicht te zijn, het equivalente veiligheidsniveau dat
minimaal moet worden bereikt, vastleggen.
De toepassing van de Eurocodes, zowel in België als in andere Europese landen, verloopt in twee fasen : deze van de ENV-Eurocodes en deze van de EN-Eurocodes.
Tijdens de ENV-fase bestaat het doel erin de Eurocodes te beproeven en ze kenbaar te maken in de landstalen. Vervolgens worden ze toepgepast in het kader van de bestaande nationale technische bijzonderheden, wat een Nationaal Toepassingsdocument of NTD vereist.
Het NTD bevat dus alle wijzigingen en bijlagen bij de ENV - en soms zijn er dat veel - die noodzakelijk worden geacht om de betreffence ENV toepasbaar te maken in een specifieke Lidstaat tijdens de proefperiode. Het NTD bepaalt met name de omkaderde waarden of "boxed values" die in zekere mate aan de nationale beoordeling worden overgelaten. Het NTD is dus geen document dat zonder meer kan worden gebruikt; het kan alleen maar worden gebruikt in combinatie met de ENV-Eurocode waaraan het gekoppeld is, en is enkel geldig in het land van oorsprong.
Tijdens de EN-fase is het doel de Eurocodes toe te passen in het kader van de Bouwproductenrichtlijn, door de competentie van de Lidstaten te respecteren voor de veiligheid van de bouwwerken, wat een Nationale Bijlage of ANB vereist.
De Nationale Bijlage kan de EN echter niet wijzigen zoals het NTD de ENV wijzigt : de ANB moet zich tevreden stellen met de bepaling van de parameters die op nationaal vlak werden bepaald ("Nationaly Determined Parameters" of NDP), die worden beschouwd als behorende tot de nationale bevoegdheid. Deze NDP stemmen overeen met de opengelaten keuzes in de EN-Eurocode, hetzij omdat het plaatselijke omstandigheden (klimaat, spoorwegen enz.) betreft, hetzij omdat het gaat om de voornaamste veiligheidscoëfficiënten van de bouwwerken, wat tot de nationale bevoegdheid behoort. In dat laatste geval laat de EN-Eurocode de keuze open, maar beveelt wel bepaalde waarden aan.
Kortom, de Nationale Bijlage kan uitsluitend de volgende elementen bevatten :
De kalender voor de invoering van de EN-Eurocodes werd vastgelegd in een richtdocument van de Europese Commissie ("Guidance Paper L on Eurocodes"), rekening houdend met de beschikbaarheidsdatum (DAV) van de EN-Eurocode :
De invoering van de ENV/EN en de opstelling van de NTD/ANB gebeuren dankzij de goede samenwerking van personen en organismen, met name de initiatoren van dit Memento (de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, het Bureau SECO, het WTCB).
Deze samenwerking wordt georganiseerd onder de vorm van (sub-)commissies van het NBN, die opgericht zijn om de werkzaamheden van het CEN TC 250 op te volgen en die zoals dit laatste TC georganiseerd zijn, vandaar de benaming (sub-)spiegelcommissies :
| E250/E25001(ANB) |
Spiegelcommissie van CEN TC 250, die een afgevaardigde van alle andere Eurocode-spiegelcommissies groepeert, en Spiegelcommissie van SC1 : Eurocode 1 "Grondslag voor het constructief ontwerp en belastingen op constructies" |
| E25002(ANB) | Spiegelcommissie van SC2 Eurocode 2 "Betonconstructies" |
| E25003(ANB) | Spiegelcommissie van SC3 Eurocode 3 "Staalconstructies" |
| E25004(ANB) |
Spiegelcommissie van SC4 Eurocode 4 "Gemengde staal-betonconstructies" |
| E25005(ANB) | Spiegelcommissie van SC5 Eurocode 5 "Houtconstructies" |
| E25006(ANB) | Spiegelcommissie van SC6 Eurocode 6 "Constructies van metselwerk" |
| E25007(ANB) | Spiegelcommissie van SC7 Eurocode 7 "Geotechnisch ontwerp" |
| E25008(ANB) | Spiegelcommissie van SC8 Eurocode 8 "Constructies bestand tegen aardbevingen" |
| E25009(ANB) | Spiegelcommissie van SC9 Eurocode 9 "Aluminium constructies" |
Er bestaan ook drie "horizontale" spiegelcommissies die overeenstemmen met de horizontale groepen van het TC 250 :
De precieze samenstelling van deze commissies kan bij het NBN bekomen worden.
Momenteel zijn deze commissies belast met de opvolging van de opstelling van de EN door het CEN, de formele stemming van de EN voor België, de opvolging van hun vertaling en hun publicatie door het NBN, de opstelling van de ANB en de opvolging van hun homologatieprocedure door het NBN.
De stemprocedure (formele stemming van de EN voor het CEN en stemming van de ANB) verloopt in twee fasen : stemming in de spiegelcommissie van het betrokken SC, gevolgd door een stemming in het TC 250.
Om de verschillende documenten (EN en ANB) goed te keuren, stemt iedere subcommissie per groep. Om de representativiteit van het uitgebrachte advies te waarborgen, werden in België vier groepen samengesteld :
De stemming gebeurt bij 2/3-meerderheid van het gewogen stemmentotaal per groep (met ten minste twee groepen vertegenwoordigd).
Momenteel is de toestand in het stadium van de Eurocodes ENV en NTD als volgt :
Het tabel "De Belgische opvolging - Eurocodes ENV en NTD" geeft meer informatie over de beschikbare documenten in België, en hun statuut.
In het stadium van de EN-Eurocodes en ANB is de toestand als volgt :
Het tabel "De Belgische opvolging - Eurocodes EN en ANB" geeft meer informatie over de beschikbare documenten in België, en hun statuut.
Iedere ANB moet worden gepubliceerd binnen de twee jaren volgend op de datum van de terbeschikkingstelling van de EN door het CEN. In overeenstemming met het reglement van het NBN, moet die ANB aan een openbaar onderzoek worden onderworpen in België (wat veronderstelt dat de Nederlandse en Franse versies beschikbaar moeten zijn).
Het verschijningsprogramma van deze documenten kan worden geraadpleegd op de website van het Bureau voor Normalisatie (NBN) http://www.nbn.be, onder de rubriek "catalogus".
Uit dit tabel blijkt dat men momenteel over 25 ENV-Eurocodes met hun NTD beschikt. Aangezien deze NTD als referentie voor de opstelling van de toekomstige Nationale Bijlagen van de EN-Eurocodes zullen dienen, is het interessant om de manier waarop ieder stel ENV + NTD wordt geofficialiseerd, van naderbij te bekijken.
Op het vlak van het normatieve statuut is het merendeel van de ENV + NTD gehomologeerd :
De andere ENV zijn geregistreerd onder de naam NBN ENV 199x-y-y. Er zijn eveneens enkele NTD beschikbaar zonder statuut van gehomologeerde norm, met name voor de ENV 1993-1-3, ENV 1996-1-3, ENV 1996-2 en ENV 1998-1-1.
Wat de publicatie betreft, vormt het stel ENV + NTD nog steeds geen praktisch geheel, hoewel het op technisch vlak wel een geheel vormt. Ziehier enkele voorbeelden.
In het stadium van de EN + ANB, streeft de Belgische spiegelcommissie van het CEN TC 250 naar een eenvormige voorstelling van de documenten : de Nationale Bijlage zal ANB worden genoemd, en in principe als bijlage bij de EN worden gepubliceerd.
Alle delen van de ENV-Eurocodes werden door het NBN geofficialiseerd, hetzij als geregistreerde normen, hetzij als gehomologeerde normen (zie hierboven). Maar vermits de reeds bestaande Belgische normen met betrekking tot de berekening van structuren (bv. deze van de reeks NBN B 03) vaak parallel bestaan, kan het gebruik van de ene of andere norm een technisch probleem stellen. Om te bepalen of het gebruik van de Belgische norm of de Eurocode te verkiezen is, stellen wij de volgende procedure voor.
We onderscheiden de volgende gevallen :
Indien de Eurocode geen NTD heeft, moet men, volgens de eisen van het project, hetzij de in de ENV-Eurocode voorgestelde "boxed values", hetzij andere waarden met de grootste technische voorzichtigheid gebruiken, eventueel na raadpleging van de spiegelcommissies van het NBN.
De tabel "Gelijkwaardigheid tussen bestaande Belgische normen en Eurocodes" geeft de op dit ogenblik in België aanbevolen normen weer met betrekking tot de in de Eurocodes behandelde toepassingsdomeinen.
De bepaling van de brandweerstand is een speciaal geval, vermits de brandveiligheid in België een wettelijk geregeld domein is, via de basisnormen inzake brand, voorzien door de Koninklijke Besluiten van 7 juli 1994 en 19 december 1997.
Tot dusver kon de brandweerstand van dragende elementen in België enkel
worden nagegaan door middel van proeven volgens de norm NBN 713-020 (in
de brandlaboratoria van de universiteiten Gent en Luik). De Eurocodes bieden
de mogelijkheid om de brandweerstand aan te tonen door berekening, op voorwaarde
dat deze methoden erkend zijn door de bevoegde Belgische overheden.
Meer informatie met betrekking tot de bepaling van de brandweerstand vindt
U op de website
van de Normen-Antenne 'Brandpreventie'.