Reeds tientallen jaren wordt er in Europees verband gewerkt aan het opstellen van eenvormige rekenmethodes voor het ontwerpen van constructies. Aanvankelijk gebeurde dit op beperkte schaal binnen groeperingen zoals UIC (Union Internationale des Chemins de Fer, of Internationale Spoorwegunie), CEB (Comité Euro-International du Béton), FIP (Fédération Internationale de la Précontrainte), RILEM (Réunion Internationale des Laboratoires d'Essais de Matériaux), CIB (Conseil International du Bâtiment), of IABSE (International Association for Bridge and Structural Engineering).
Halfweg de jaren '70 begon ook de Europese Commissie hiervoor belangstelling
te tonen. De vorming van een vrije markt voor bouwproducten is immers ondenkbaar
zonder normen, niet alleen voor de bouwproducten zelf, maar ook voor het ontwerpen
van bouwwerken. In de jaren '80 liet de Commissie daarom een eerste reeks documenten
opstellen die niet het statuut van normen hadden, "Eurocodes"
genoemd.
Sinds
de goedkeuring van de BOUWPRODUCTENRICHTLIJN
(BPR of "Construction Products Directive" - CPD) in 1989 door de Europese
Unie beschikt de Europese normalisatie over een algemeen logisch kader en zijn
de werkzaamheden in een stroomversnelling gekomen. De CPD heeft door
het invoeren van de fundamentele voorschriften
(zie Algemene beschouwingen > 'Waarom Eurocodes ?')
voor bouwwerken enerzijds en de CE-markering voor
bouwproducten anderzijds de basis gelegd voor de toekomstige eenheidsmarkt.
Als gevolg van de Bouwproductenrichtlijn mogen bouwproducten enkel nog in de handel gebracht worden - zowel in eigen land als in welk land van de Europese Unie dan ook - als ze een CE-markering dragen die verklaart dat ze "zodanige eigenschappen bezitten dat de bouwwerken, waarin zij moeten worden verwerkt, gemonteerd, toegepast of geïnstalleerd worden, voldoen aan de fundamentele voorschriften, op voorwaarde dat ze degelijk ontworpen en gebouwd werden".
De regels die de naleving van de basiseisen voor bouwwerken waarborgen, blijven onder de nationale bevoegdheid, maar de Richtlijn maakt de Eurocodes verplicht als referentie die moet worden gebruikt in de geharmoniseerde productnormen voor de markering van de producten met betrekking tot de basiseis van stabiliteit en mechanische weerstand.
De Bouwproductenrichtlijn werd in België ondertussen getransponeerd in de nationale wetgeving door een wet (25 maart 1996) en een Koninklijk Besluit (19 augustus 1998) betreffende de voor de bouw bestemde producten. Het doel van de Bouwproductenrichtlijn bestaat erin dat bouwproducten die het CE merk dragen, vrije toegang krijgen tot de markten van alle Lidstaten. Een bouwproduct krijgt het CE merk enkel indien de conformiteit ervan met de zogenaamde geharmoniseerde productspecificaties (of technische specificaties) kan aangetoond worden. Dit kan gebeuren aan de hand van een verklaring van de fabrikant. Meestal (voor producten met een zeker veiligheids- of gezondheidsrisico) is echter de tussenkomst van een externe instelling vereist (via een certificatie-, keuring- en/of beproevingsprocedure).
De eigenlijke opstelling van de Eurocodes wordt toevertrouwd aan het Comité européen de Normalisation (CEN), om aan deze documenten het statuut van volwaardige Europese normen te verlenen. Dit heeft het voordeel dat het gebruik van de Eurocodes verplicht wordt als normen voor bepaalde aanbestedingen (zie verder). Het nadeel is echter dat de zeer strenge procedure voor de goedkeuring van de normen door het CEN verplicht om in de eindtekst rekening te houden met de technische nuances van alle lidinstellingen.
Andere Richtlijnen, en met name de Richtlijn "Openbare Aanbestedingen", worden door de Commissie gepubliceerd om de openstelling van de eenheidsbouwmarkt aan te moedigen.
De RICHTLIJN OPENBARE AANBESTEDINGEN van 14 juni 1993 bepaalt dat de technische voorschriften van de openbare aanbestedingen moeten verwijzen naar de Europese normen (indien deze bestaan, bv. de EN-Eurocodes), of meer bepaald naar de "nationale normen die de Europese normen, de Europese technische goedkeuringen of de gemeenschappelijke technische specificaties transponeren".
Bij gebrek aan een Europese norm, moet de aanbesteding verwijzen naar de nationale technische specificaties die worden erkend als zijnde in overeenstemming te zijn met de basiseisen volgens de procedures voorzien door de CDP (deze mogelijkheid werd totnogtoe echter nog niet gebruikt). Zoniet wordt een hiërarchie van de andere bruikbare referenties opgemaakt (nationale norm die de internationale normen transponeert, andere nationale normen, andere normen).
Ten slotte publiceerde de Commissie in 2001 een richttekst inzake Eurocodes, met name het GUIDANCE PAPER L ON EUROCODES (tekst in pdf-formaat), tekst waarin het veralgemeende gebruik van de Eurocodes als enige norm door alle lidstaten ten zeerste wordt aangemoedigd.
In haar aanbevelingen
van 11 december 2003 (2003/887/CE) (Engelse
versie) stelt de Commissie dat de lidstaten de Eurocodes als een geschikt
instrument zouden moeten hanteren voor het ontwerpen van bouwwerken, het controleren
van de mechanische sterkte van componenten of het controleren van de stabiliteit
van bouwwerken.
België voldoet reeds in grote mate aan deze aanbeveling.